Genderdysfonie is een stemstoornis die voorkomt bij transseksuelen. De klacht die zij hebben is dat de stem niet in overeenstemming is met de veranderde sekserol. Bij genderdysfonie is de stemvorming (fonatie) op zich  dus niet gestoord, zoals bijvoorbeeld bij heesheid of schorheid het geval is. Het stemprobleem van man-naar-vrouw transseksuelen, hier verder aangeduid als transvrouwen is in het algemeen groter dan dat van vrouw-naar-man transseksuelen (transmannen). De stem is vaak te laag en de manier van spreken te mannelijk waardoor de transvrouw als man wordt aangesproken.

Transmannen hebben minder vaak klachten over hun stem , aangezien deze door de hormoonbehandeling daalt. Toch komen bij deze groep ook stemproblemen voor, zoals problemen m.b.t. het stembereik of een instabiele, gespannen stem met stemvermoeidheid. Daarnaast kan een gebrek aan borstresonans er voor zorgen dat de stem niet overeenkomt met het mannelijk voorkomen.

In het genderteam worden de transvrouwen drie maanden na de start van de real life fase (testperiode van anderhalf jaar waarin zij volledig in de andere sekserol moeten leven) doorverwezen naar de polikliniek KNO/foniatrie/logopedie voor onderzoek en advies. Transmannen worden vooral op eigen verzoek verwezen als zij klachten ervaren op het gebied van stemgebruik.

In het foniatrisch spreekuur inventariseren de foniater (gespecialiseerde KNO-arts) en de logopedist de hulpvraag. Daarnaast wordt gevraagd naar factoren die van invloed zijn op de stemkwaliteit en de mate waarin de stem veranderd kan worden, zoals andere (stem)klachten, roken, gebruik van alcohol en stemgebruik in het dagelijks leven. Daarna onderzoekt de foniater de stembanden. Van belang is te weten of het aspect van de stembanden gaaf is en of ze goed bewegen. Ook wordt een indruk verkregen van de lengte en massa van de stemplooien. Deze gegevens bepalen mede in hoeverre de stem vrouwelijk respectievelijk mannelijk kan gaan klinken.

 

Stemoperatie

Een vraag die transvrouwen regelmatig bezighoudt is of een stemoperatie de stem zou kunnen vervrouwelijken. Langs chirurgische weg kan een stem een hogere frequentie krijgen. Bedacht moet echter worden dat frequentie (toonhoogte) slechts één van de verschillen tussen de mannen- en vrouwenstem is en dat toonhoogteverandering geen garantie is voor een vrouwelijke indruk van de stem. Bij KNO-artsen en logopedisten In het VUmc heerst om die reden de opvatting dat zo’n operatie pas aan de orde is als de logopedische training onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.

 

Wat doet een logopedist?

De logopedist bepaalt het frequentiebereik, de gemiddelde stemfrequentie en de dynamiek van de stem. Ook wordt door de logopedist het gebruik van resonantie, articulatie, intonatie, luidheid, spiergebruik, adem- en stemkwaliteit beoordeeld, terwijl de cliënt een tekst voorleest en/of iets vertelt. Daarnaast worden de non-verbale aspecten, zoals mimiek en gebruik van gebaren geobserveerd. Op basis van de foniatrische en logopedische gegevens wordt een plan opgesteld voor de logopedische behandeling.

Het doel van de logopedische behandeling bij transvrouwen is het aanpassen van het spreekgedrag aan de vrouwelijke geslachtsrol. Hierbij wordt rekening gehouden met het postuur en karakter van de cliënt en met haar leefomgeving.

Tijdens de logopedische behandeling zal niet in eerste instantie gewerkt worden aan het verhogen van de spreekstem, omdat daarmee vaak een kunstmatig effect verkregen wordt.

Primair wordt gewerkt aan de volgende aspecten, waardoor de stem een lichter, vrouwelijker karakter krijgt:

  • Het verminderen van de borstresonans en het stimuleren van het gebruik van kopresonans;
  • Bevorderen van een levendig en vrouwelijk intonatiepatroon;
  • Stimuleren van een pittige, lichte articulatie;
  • Aanpassen van het spreekvolume en –tempo;
  • Bevorderen van vrouwelijk gedrag, o.a. mimiek, gebaren, lachen en hoesten.